De Amsterdamse Zorgzame Economie, deel 3: Publiek-Civiele Samenwerking en de Gemeentelijke Coöperatieven-Incubator

Hoe kan Amsterdam de zorgzame en coöperatieve economie aanjagen? Hoe wordt Amsterdam echt een coöperatieve stad? Hier speelt de overheid een belangrijke rol. In deze blog leggen we dat uit.

Het huidige systeem biedt weinig handvatten om de mens als gemeenschapswezen te benaderen. Maar mensen hebben wel behoefte aan gemeenschappelijkheid en collectiviteit. Burgerinitiatieven en buurtnetwerken spelen in op deze intrinsieke behoefte en stellen zorgzaamheid centraal. Ook in een coöperatie doen mensen het samen. Een coöperatie is een vereniging van leden die samen een bedrijf hebben, met een gezamenlijk doel voor alle leden. Er is daar gedeeld eigenaarschap en beheer, zodat de waarde die samen geproduceerd wordt ook voor de deelnemers en de omgeving behouden wordt. Om deze emanciperende en democratiserende beweging van buurtnetwerken, coöperatieven en burgercollectieven te ondersteunen is een assertieve overheid nodig.

Eerder in deze serie bespraken we hoe de economie meer is dan de staat en private actoren op de markt. Ook het huishouden en de commons maken deel uit van de economie. Sterker nog, informele zorgnetwerken en buurtinitiatieven en andere plekken waar we zorgen voor onze kinderen, familie, de buurt en omgeving, vormen het fundament van de economie en onze samenleving. Dit is ook het punt wat Kate Raworth maakt in haar boek over de ‘donut economie’, waarin veel aandacht wordt besteed aan bloeiende gemeenschappen.

Het is cruciaal dat overheden het zorgzame deel van de economie erkennen en stimuleren. Als we deze sector willen ondersteunen, zullen we daar structureel in moeten investeren. Want om aan de zorgzame economie invulling te kunnen geven, hebben mensen wel voldoende middelen nodig om zich om elkaar en hun omgeving te kunnen bekommeren. Als we erkennen dat gemeenschappen van onderlinge afhankelijkheid aan elkaar hangen, ligt het voor de hand om de aandacht voor individuele ontwikkeling ook in te zetten op collectiviteit. Iedereen leeft in een bepaalde context, er zijn altijd buren, een moeder, een vriend, een huis. We leven samen, niet individueel en we leven altijd ergens.

Er moet voldoende ruimte en mogelijkheid zijn voor burgercollectieven, die nog te vaak worden beknot door de werkwijze van het bestuurlijke domein. Als mensen initiatieven willen ontwikkelen lopen ze vaak tegen obstakels aan: de silo’s van financieringsstromen belemmeren bijvoorbeeld een integrale aanpak bij de voorziening van publieke diensten. Terwijl burgercollectieven vaak een overstijgende en samenhangende aanpak hanteren. Omdat er vanuit de gemeenschap wordt gebouwd is het als overheid cruciaal om dichtbij en vraaggericht te werken.

Door structureel te investeren in deze coöperatieve en solidaire economie kan de stad mensen meer zeggenschap en regie geven over de organisatie van hun basisbehoeften: onderdak, voedsel, zorg, energie en meer. Coöperatief zelfbeheer gaat gepaard met democratische controle. Kijk bijvoorbeeld naar Buurtcoöperatie de Eester, die dat in het Oostelijk havengebied doen op het gebied van zorg en energie – ze doen het zelf. Bij Voedselcoöperatie Osdorp beslissen leden gezamenlijk waar en wat ze inkopen. De leden runnen de coöperatie zelf zonder winstoogmerk en bepalen samen wat redelijke prijzen zijn, hoeveel er naar het collectief gaat.

Publiek-Civiele Samenwerking

Overheden zullen burgercollectieven meer als partners moeten zien en structureel ondersteunende mechanismen moeten bieden om samenwerkingen aan te gaan. Deze vorm van samenwerking wordt ook wel Publiek-Civiel Partnerschap (PCP) genoemd, ofwel publiek-collectief partnerschap. Zo’n partnerschap ontstaat wanneer een collectief van burgers, soms als coöperatief, samenwerkt met publieke instituties, zoals de gemeente, in het beheer, bestuur, eigendom of de levering van diensten en of goederen. Het zijn innovatieve benaderingen die afhankelijk van de context verschillende vormen kunnen aannemen.

Een publiek-civiel partnerschap is een vehikel voor gelijkwaardige samenwerkingen tussen burgers en de lokale overheid. Publiek civiele partnerschappen bieden de mogelijkheid toe te werken naar een grotere rol voor burgers in het beheren en produceren van collectieve voorzieningen. Het is een model voor overheden om op stads- of regioniveau effectief te bouwen aan sterke gemeenschappen en autonome en veerkrachtige buurten en burgers. Traditionele economische ontwikkeling en stadsontwikkeling falen hierin en falen in het aangaan van de grote uitdagingen van onze tijd, zoals ongelijkheid en ecologische onhoudbaarheid.

In plaats van altijd het bedrijfsleven op te zoeken door middel van Publiek-Private Partnerschappen (PPP’s) zoekt de overheid in een PCP de burger op om mee samen te werken en vorm te geven aan de stad. Bijvoorbeeld door samen te werken met coöperatieven.

Er zijn vele voorbeelden van dit soort partnerschappen, zoals het energiebeheer in Wolfhagen waar een burgercoöperatie mede eigenaar is van het municipale energiebedrijf en meebeslist over de strategische oriëntatie. Maar ook coöperatieve schoonmaakservices in de steden Valparaiso en Recoleta in Chili. De Chileense steden ondersteunen de creatie van coöperatieven, en doen dat onder meer door aanbestedingscontracten voor het schoonmaken van publieke ruimte aan nieuwe coöperatieven te vergeven.

Bij een PCP gaat het niet zozeer om puur een uitbesteding van diensten, maar echt om een samenwerking, met een sterke publieke sector die daar ook de capaciteit voor heeft. Een PCP is een doorlopende samenwerking waarin co-creatie plaatsvindt met overheid en burgers, en die via die co-creërende samenwerking ook de instituties democratiseert. PCPs kunnen ook instrumenteel zijn in het implementeren van een andere logica dan die van competitieve marktwerking, door niet uit te gaan van concurrentie als waarborg van kwaliteit, maar in te zetten in op samenwerking.

Gemeentelijke Coöperatieven-incubator

Om deze samenwerking en de opbouw van de coöperatieve stad en zorgzame economie in te vullen, is er vanuit de overheid een structurele aanpak nodig. Daarbij helpt een plek waar alles samenkomt, waar geïnvesteerd wordt in gemeenschappen en initiatieven ondersteund worden. Zoals er wordt geïnvesteerd in mainstream start-ups kan de stad ook in cooperatieven en commons-initiatieven investeren.

Initiatieven lopen tegen allerlei belemmeringen aan, van gebrek aan erkenning tot silo-financiering, gebrek aan kennis over juridische vormen en weinig aansluiting bij de institutionele ‘systeemwereld’. Een incubator zou initiatieven hierin kunnen ondersteunen en innovatieve financiële modellen kunnen verkennen om hen te ondersteunen. Ook zou dit gemeentelijke instituut de inkoop van de stad aan deze sector kunnen koppelen, de gemeentelijke aanbestedingen kunnen als vliegwiel voor de coöperatieve sector optreden.

Uiteindelijk is de transitie naar een zorgzame en coöperatieve stad een sociaal culturele verandering. Hoe produceren we maar ook hoe leven we? Waar hechten we waarde aan? Daarvoor is een leerproces nodig, zowel voor ambtenaren als voor aanstormende coöperatie-leden. Daarvoor zou in een incubator ook aandacht voor moeten zijn, in de vorm van een school of curriculum.

Een gemeentelijke coöperatieven-incubator geeft de mogelijkheid om deze zorgzame en coöperatieve economie vanuit de gemeente te ondersteunen, samen te brengen wat er al is en te onderzoeken wat er nodig is. Tegelijkertijd kan de gemeente hiermee ook vorm geven aan het oppakken van publiek-civiele samenwerkingen.

Richting een nieuwe economie

De roep om een andere, meer solidaire en duurzame economie, waar de gemeenschap en de wijk centraal staan, klinkt steeds harder. De gemeente Amsterdam is de eerste gemeente die het donut-denken heeft omarmd. Ze geeft hiermee aan een economie te willen nastreven die binnen sociale en ecologische grenzen functioneert. Dit biedt goede hoop voor de transitie naar een nieuwe economie.

Maar de donut gaat óók om bloeiende gemeenschappen en wijken, en een regeneratieve economie die bijdraagt aan lokaal welzijn. Alleen als er bestuurlijk structureel ingezet wordt op het mogelijk maken van deze bloeiende gemeenschappen, kunnen we de transitiepaden die al worden uitgestippeld door burgers, daadwerkelijk gaan bewandelen. Hiervoor zijn de commons en de coöperatieve solidaire sector onmisbaar.